Toiletboekjes verdienen beter

Eergisteren kwam ik iemand tegen die niet te beroerd was om te bekennen dat wat ik schrijf in zijn toilet belandt. Dat vind ik geweldig lachen. Relativerend toch?

De man heeft overschot van gelijk. Er is geen tijd om àlles te lezen.  Veel tijdschriftjes, infokrantjes of ledenblaadjes belanden in het toilet.  Als ‘iets-dat-ik-later-wel-eens-zal-lezen’.

Mijn toilet puilt uit van de boekjes. Ik kocht er zelfs een speciale lectuurbak voor bij Ikea. Het is een soort minibibliotheekje, waarin ik geregeld grasduin, verouderde boekjes afvoer en verse boekjes voor in de plaats zet. Op dit moment vind je er een DM.Magazine, een blad van Antwerp Symphony Orchestra, een Goesting, een Weleda Magazine en nog wat meer.

Hoewel het een wijdverspreid fenomeen is, staat er geen woord als ‘toiletboekje’ of ‘wc-boekje’ in het woordenboek. Toiletlectuur bestaat wel, maar dat is een beetje denigrerend. En dat hoeft het niet te zijn. Lezen is leuk, ook op het toilet.

Toiletboekjes verdienen beter!

Niks gebeurd

schrijven?‘Waarover moet ik dan schrijven?’, zuchten mensen tegen me, als ik hen vraag om een tekstje.
Ik: ‘Over iets nieuws, iets bijzonders in je werk, iets wat je voordien nog niet deed.’
Zij: ‘Maar er is niks gebeurd!’
Ik: ‘Wat doe je hier dan de hele dag achter je bureau? Niks?’
Dat laatste slik ik in natuurlijk. Dat is nogal … direct. En onjuist ook. Omdat je gewoon een massa dingen doet, alleen ontbreekt de tijd om er stil bij te staan.  Om wat te sprokkelen in je hoofd.

Een beetje samen sprokkelen kan helpen. Het resultaat lees je in de rubriek ‘Sprokkels uit de gemeente‘ op pagina 3.