Tweet over mijn werkhoek

copywriting

Mijn werkhoek. Een kleine deeleconomie op 10 vierkante meter.

Zo deel ik:

  • de andere hoek (niet in beeld) met een zelfstandige wasmachine
  • het rolladekastje met mijn kat -gespin inspireert
  • de printer met tiener Adam  -‘dju kleureninkt weeral op!’
  • de deur met zoon Ilias – trampoline here i come
  • het zicht op het grastapijt met merels, twitterende koolmezen en een groene specht.

Noem dit gerust een coworking space.

 

Heerlijk Helder

Ik was erbij, op de Heerlijk Helderdag op 5 februari. De Vlaamse overheid gaf er de aftrap voor de campagne voor een helderder taalgebruik in overheidscommunicatie.

Een van de valkuilen bij helder schrijven: vertrekken van het idee dat anderen evenveel weten als jij.

De ‘kennisvloek’. We kunnen ons moeilijk inbeelden dat anderen niet weten wat we zelf weten. Daarom leggen we niet voldoende uit wat voor onszelf vanzelfsprekend is. Zoals Jan Hautekiet en Ann De Craemer het omschrijven in ‘Heerlijk Helder, Weg met krommunicatie’.

Je schrijft burgers in een gemeente aan over een polioattest. Maar weet iedereen eigenlijk wel wat polio is? Mag je er van uitgaan dat elke burger weet dat er een vaccinatie tegen bestaat? Dat die bovendien verplicht is? En dat je ook nog eens moet bewijzen dat je de vaccinatie wel degelijk hebt laten toedienen? En dat net daarvoor dat attest dient. Oef..

 

 

 

Eene uitzonderlijke arbeidslust

‘Merxem voorheen en nu’ is een gedenkboekje dat al weken op mijn tafel vertoeft.  Het is geschreven in oudnederlands uit de jaren 20 van de vorige eeuw.

‘Eugeen Dierckxssens, van groote bakkerij De Volkslust, man van de daad … begaafd met eene uitzonderlijke arbeidslust en een ongeëvenaard doordrijvingsvermogen, was hij steeds de ondernemende leider, die bouwde … en heropbouwde … altijd vergrootende … om zich alras wederom te eng te gevoelen in zijne nieuwe inrichting.’

Om van te smullen,  dat soort zinnen.

Ik schrijf tekstjes voor een erfgoed-app in Merksem. De deadline nadert.

 

Toiletboekjes verdienen beter

Eergisteren kwam ik iemand tegen die niet te beroerd was om te bekennen dat wat ik schrijf in zijn toilet belandt. Dat vind ik geweldig lachen. Relativerend toch?

De man heeft overschot van gelijk. Er is geen tijd om àlles te lezen.  Veel tijdschriftjes, infokrantjes of ledenblaadjes belanden in het toilet.  Als ‘iets-dat-ik-later-wel-eens-zal-lezen’.

Mijn toilet puilt uit van de boekjes. Ik kocht er zelfs een speciale lectuurbak voor bij Ikea. Het is een soort minibibliotheekje, waarin ik geregeld grasduin, verouderde boekjes afvoer en verse boekjes voor in de plaats zet. Op dit moment vind je er een DM.Magazine, een blad van Antwerp Symphony Orchestra, een Goesting, een Weleda Magazine en nog wat meer.

Hoewel het een wijdverspreid fenomeen is, staat er geen woord als ‘toiletboekje’ of ‘wc-boekje’ in het woordenboek. Toiletlectuur bestaat wel, maar dat is een beetje denigrerend. En dat hoeft het niet te zijn. Lezen is leuk, ook op het toilet.

Toiletboekjes verdienen beter!

Klare taal

De wekelijkse boodschappen. Ik duw het winkelwagentje voor me uit en haal tomaten, kalfsworst en kaas uit het rek. Een man van in de zestig komt naar me toe. Hij geeft me een pakje gehakt. “Ik heb mijn bril niet bij”, zegt hij,  “is dit nu gewoon filet americain?” Ik lees het etiket en knik ja. Dit is puur rundsvlees. Hij bedankt me.

Vergat deze man echt zijn leesbril? Of heeft hij moeite met lezen? Zoals veel andere Vlamingen. Van 8 tot 14 september loopt de Week van de Geletterdheid. Lezen en schrijven zijn belangrijk om mee te kunnen.

Leesbare teksten, korte zinnen, gemakkelijke woorden. Het helpt allemaal om de drempel voor laaggeletterden te verlagen.

Ik doe er graag

en vaak

aan mee.